Wie heeft recht op een toeslag?

Kindjes met een handicap of aandoening hebben recht op extra steun. Ook langdurig zieke kinderen zoals kindjes met kanker, een chronische ziekte,… hebben recht op extra centjes om hun zorg financieel dragelijker te maken.

Iedere handicap, aandoening of ziekte wordt getoetst aan 3 pijlers:

1. de lichamelijke en geestelijke gevolgen

2. de invloed op het dagelijkse leven van je kind (bv. mobiliteit, leervermogen)

3. de invloed op je gezin (bv. medische behandeling, noodzakelijke verplaatsingen)

De dokter van de FOD Sociale Zekerheid kent aan iedere pijler een aantal punten toe. Je kind heeft recht op een toeslag als het minstens 4 punten behaalt in pijler 1 of minstens 6 punten behaalt in de 3 pijlers samen.

Hoeveel bedraagt de toeslag?

Het bedrag dat je krijgt is afhankelijk van het aantal punten dat de dokter van de FOD Sociale Zekerheid toekent.

Aantal punten 3 pijlers samen Aantal punten 1ste pijler Bedrag
0 – 5 4 of meer € 82,37
6 – 8 0 – 3 € 109,70
6 – 8 4 of meer € 422,56
9 – 11 0 – 3 € 255,99
9 – 11 4 of meer € 422,56
12 – 14 nvt € 422,56
15 – 17 nvt € 480,48
18 – 20 nvt € 514,80
21 of meer nvt € 549,12

Hoe vraag je de toeslag aan?

Stap 1
Contacteer ons via telefoon, mail of brief. Zoals jij verkiest.

Stap 2
Wij contacteren de FOD Sociale Zekerheid om het onderzoek op te starten.

Stap 3
De FOD Sociale Zekerheid onderzoekt de handicap of ziekte van je kind en brengt ons op de hoogte zodat wij de toeslag kunnen uitbetalen. Afhankelijk van de beslissing van de FOD Sociale Zekerheid kunnen we de toeslag ook met terugwerkende kracht toekennen.

Verandert de medische toestand van je kind? Contacteer ons dan om een herziening aan te vragen.

Verloopt de erkenning voor jouw kind? Geen paniek. De FOD start automatisch een onderzoek voor een nieuwe erkenning. Bezorg de FOD wel tijdig de ingevulde formulieren. Als zij die te laat krijgen, nemen zij een ongunstige beslissing. Wij krijgen van hen de juiste informatie en brengen jou op de hoogte over je recht op de toeslag.

Krijg je nog een toeslag als je kind werkt?

Tot 31 augustus van het jaar waarin je kind 18 wordt mag je kind onbeperkt werken zonder het recht op de toeslag te verliezen.

Vanaf 1 september van het jaar waarin je kind 18 wordt tot de maand waarin hij of zij 21 wordt, krijg je nog een toeslag onder verschillende voorwaarden:

  • Als je kind werkt zonder volledige RSZ-onderwerping (bv. studentencontract), als vrijwilliger of in een beschutte werkplaats, sociale werkplaats of bedrijf voor aangepast werk, al dan niet met een leercontract.
  • Als je kind werk met studies combineert, gelden de volgende voorwaarden:

Secundair onderwijs, hoger onderwijs of extra jaar voor eindverhandeling – Je kind werkt maximum 240 uur per kwartaal. Werkt je kind te veel in een bepaald kwartaal? Dan krijg je geen toeslag voor dat volledig kwartaal. De gewone kinderbijslag krijg je wel. Lees hier alle regels over studentenwerk.

Leercontract, deeltijds secundair onderwijs of werkzoekende schoolverlater – Je kind verdient maximum € 551,89 bruto per maand. Verdient je kind meer in een bepaalde maand? Dan krijg je geen toeslag voor die maand. De gewone kinderbijslag krijg je wel.

Een sociale uitkering die voortvloeit uit een toegelaten activiteit, of een beroepsinschakelingsuitkering voor schoolverlaters, heeft geen invloed op de toeslag.

Krijg je nog een toeslag als je kind ouder is dan 21 jaar?

Zodra je kind 21 wordt, krijg je geen toeslag meer. Je kan wel een tegemoetkoming voor personen met een handicap aanvragen via MyHandicap vanaf zijn of haar 20ste verjaardag. De gemeente regelt die uitkering via de FOD Sociale Zaken.

Als je kind verder studeert, stage loopt, werkt met een leercontract of is ingeschreven als werkzoekende, dan ontvang je nog wel de basiskinderbijslag zonder toeslag. Daarvoor gelden de algemene voorwaarden voor kinderbijslag.


Op de hoogte blijven over MyFamily? Meld je aan: